Methodiek Veerkracht

Veerkracht gaat over methodisch werken met kinderen die huiselijk geweld hebben meegemaakt en daardoor met hun moeder in de Vrouwenopvang verblijven. Veerkracht is een coproductie van de Federatie Opvang en Bureau Van Montfoort/Collegio in hechte samenwerking met de praktijk. Veerkracht is uniek: het is van, voor en door de sector vrouwenopvang/aanpak huiselijk geweld. De deskundigheid inzake methodiekontwikkeling vanuit Bureau Van Montfoort/Collegio is op een bijzondere manier gekoppeld aan de specialistische, inhoudelijke deskundigheid uit de dagelijkse praktijk. Veerkracht is ‘practice based’ tot stand is gekomen, waardoor het beoogde methodisch werken met kinderen goed is onderbouwd.

In het kader van het Verbeterplan Vrouwenopvang heeft de Federatie Opvang opdracht gegeven aan Van Montfoort / Collegio tot het ontwikkelen van een basismethodiek voor de hulpverlening aan kinderen binnen vrouwenopvanginstellingen in samenwerking met de praktijk. Als doelstelling is geformuleerd: “Adequate hulpverlening aan kinderen in de opvang (inclusief screening en opvoedingsondersteuning). Adequaat wil zeggen: Hulp die kinderen gezien hun ervaringen en situatie nodig hebben – tijdens en na de opvangperiode – en goede doorverwijzing naar specifieke hulp”.

De opdracht was een basismethodiek (en daarbij behorende producten) te ontwikkelen die uitgaat van het kind in zijn context, uitvoerbaar is in de vrouwenopvang, op draagvlak van de sector kan rekenen en past binnen de werkomgeving van de vrouwenopvang. Met het laatste bedoelen we de verschillende opvanginstellingen, de samenhang met de basismethodiek Krachtwerk, kinderen in diverse leeftijdsgroepen en samenwerking met ketenpartners.

Co-productie

Bij de totstandkoming van Veerkracht is er nauw samengewerkt met de praktijk onder meer via een ontwikkelgroep waaraan experts uit de vrouwenopvang deelnamen. Binnen diverse instellingen in de vrouwenopvang zijn de afgelopen jaren projecten uitgevoerd en initiatieven ontwikkeld, die aandacht en hulp voor deze kwetsbare groep kinderen als uitgangspunt hadden en zijn er veel materialen ontwikkeld. Daarvan is dankbaar gebruik gemaakt.
Andere inspiratiebronnen zijn geweest Krachtwerk, Signs of Safety, ’Als het misgaat bel ik jou’ en de kindmethodiek van Blijf Groep.

Pilotfase

Een eerste versie van Veerkracht is in de periode januari tot en met juni 2012 uitgeprobeerd in drie instellingen: Kadera, Blijf Zuid-Holland Zuid en Kompaan en de Bocht. De ervaringen van de instellingen, inclusief suggesties/aanbevelingen van de clie?nten in deze pilot, hebben geleid tot verschillende aanpassingen en verhelderingen van Veerkracht. De huidige versie kunnen we dus ‘praktijkproof’ noemen. Dat wil overigens niet zeggen dat Veerkracht nu ‘af’ is. Een methodiek dient zich te blijven ontwikkelen naar aanleiding van ervaringen in de praktijk, nieuwe inzichten, maatschappelijke- en beleidsontwikkelingen. Dit geldt ook voor Veerkracht.

Hoe is Veerkracht te gebruiken?

Er bestaan grote verschillen tussen de instellingen voor vrouwenopvang bij hulpverlening aan kinderen (t.a.v. bijvoorbeeld expertise, randvoorwaarden, capaciteit). Bij Veerkracht hanteren we het ‘good enough’-principe: welke elementen en voorzieningen zijn minimaal nodig in de vrouwenopvang om passende en goede zorg voor kinderen te waarborgen? Afhankelijk van deskundigheid en eigen mogelijkheden van de instelling kan aanvullende zorg en hulpverlening in de eigen instelling worden vormgegeven of worden gerealiseerd in samenwerking met de ketenpartners van de vrouwenopvang.

Veerkracht biedt een methodisch kader voor de begeleiding van kinderen, maar is geen receptenboek of protocol dat voor elke situatie precies voorschrijft wat de kinderhulpverlener moet doen. Veerkracht is geen afgebakende methodiek, maar beschrijft hoe je methodisch kan werken met kinderen in de vrouwenopvang. Uitgangspunt is de professionaliteit van de kinderhulpverlener* die afhankelijk van de situatie (b.v. ernst van het geweld, het gedrag van het kind, de belevingen van moeder en vader, de woon-/verblijfsituatie), samen met het clie?ntsysteem keuzes maakt over hoe te handelen. Bij de afwegingen die de kinderhulpverlener daarbij maakt, vormt de ‘geest van Veerkracht’ het kader.

Wat betekent invoering van Veerkracht voor de vrouwenopvanginstellingen?

  • De instelling zorgt ervoor dat alle medewerkers in de instelling worden gei?nformeerd over Veerkracht, de hele instelling is verantwoordelijk voor een goed leef- en opvoedklimaat voor de kinderen.
  • Een of meer medewerkers in de instelling krijgen de rol van ‘kinderhulpverlener’. Dat betekent dat zij de regie hebben over het hulpverleningsproces van de kinderen die zij onder hun hoede hebben. Taken die de kinderhulpverlener coo?rdineert en/of zelf uitvoert zijn:
    • Intake en eerste opvang van het kind/de kinderen.
    • Gesprekken met de moeder.
    • Contacten met de vader.
    • Screening van het kind.
    • Zo nodig in gang zetten nader onderzoek en/of andere hulpverlening.
    • Gesprekken / activiteiten met kinderen.
    • Opstellen actieplan voor het kind.
    • Opstellen veiligheidsplan voor het kind.
    • Verkenning van en contacten met het netwerk rond het kind.
    • Volgen van de ontwikkelingen rond het kind / het gezinssysteem.
  • Veerkracht reikt een nieuw werkproces aan met betrekking tot de begeleiding van kinderen. Dit
    betekent dat de huidige werkprocessen in de instelling op elkaar afgestemd worden (bijvoorbeeld intakeprocedure voor de vrouw en de kinderen, gesprekken met de vrouw over haar eigen actieplan en over het actieplan van de kinderen).
  • De kinderhulpverlener heeft daartoe overleg met de hulpverlener van de moeder en andere medewerkers die met het kind te maken hebben.

Kerndoelen, kernactiviteiten en werkprincipes van Veerkracht

Veerkracht heeft de volgende kerndoelen geformuleerd die zich richten op het kind, de ouders en het systeem:

  • Veerkracht heeft als doel de veiligheid en de ontwikkeling van het kind te herstellen en te
    optimaliseren (fysiek, emotioneel en sociaal).
  • Veerkracht heeft als doel de ouders te ondersteunen bij opvoeding en ouderschap na geweld.
  • Veerkracht heeft als doel het systeem te ondersteunen bij het herstellen van een leven zonder
    geweld.

Uit deze doelen volgen de volgende kernactiviteiten van Veerkracht:

1. Intake voor ieder kind
Voor elk kind dat in de opvang binnenkomt is aandacht in de intake. De moeder wordt, liefst al bij de aanmelding, gei?nformeerd over de aandacht en zorg die de vrouwenopvang heeft voor de kinderen. De intake omvat de kennismaking met moeder en kind(eren), waarin expliciet wordt stilgestaan wordt bij elk van de kinderen. Daarnaast zijn er contact/gesprekken met het kind zelf (afhankelijk van de leeftijd van het kind).

Onderdeel van Veerkracht is het uitvoeren van een screening. Doel van de screening is om vast te stellen of er mogelijk bij het kind sprake is van psychische problemen, gedragsproblemen en lichamelijke problemen. Het screeningsinstrument gebruik je als hulpmiddel om aanwijzingen te
Voor de screening van kinderen worden in de vrouwenopvang twee instrumenten ingezet:

  • KIPPPI (Kort Instrument voor de Psychologische en Pedagogische Probleem Inventarisatie) voor kinderen van 0 – 8 jaar.
  • CRIES (Kinder Schokverwerkingslijst) voor kinderen vanaf 8 jaar.

2. Contact met de vader

Uitgangspunt is dat de vader van het kind betrokken wordt bij de begeleiding van het kind, mits de veiligheid en ontwikkeling van het kind, moeder en hulpverlening gewaarborgd worden. Er wordt zo snel mogelijk na binnenkomst contact opgenomen met de vader, waarbij gemeld wordt dat het kind veilig is. In de contacten staat veiligheid, de rol als vader, de rol als ouders en de omgang tussen kind en vader centraal.

3. Veiligheidsplan
Een belangrijk doel is dat geen kind de vrouwenopvang uitgaat zonder veiligheidsplan. Elk kind komt uit een situatie van dreiging en geweld, ook als het kind hier niet direct bij betrokken was. Omdat het regelmatig voorkomt dat een moeder met haar kinderen voortijdig vertrekt uit de opvang, is er vanaf het begin aandacht voor de veiligheid van het kind na de opvang. Ook binnen de opvang blijven de medewerkers te allen tijde alert op de veiligheid. Veiligheid wordt bedoeld in de brede betekenis van het woord: het gaat niet alleen om de fysieke, maar ook de emotionele veiligheid van het kind en kansen voor ontwikkeling in de opvang en na de periode van de opvang.

4. Screening
Een screening van het kind, om vast te stellen of er bij het kind mogelijk sprake is van psychische of gedragsproblemen, maakt deel uit van de zorg voor kinderen in de vrouwenopvang. Aan de hand van de voor Veerkracht geselecteerde screeningsinstrumenten wordt het kind gericht geobserveerd en wordt samen met de ouder(s) het screeningsformulier ingevuld. De uitkomsten worden besproken met de ouder(s) en vertaald naar aandachtspunten in de opvoeding.

5. Aandacht voor de opvoeding- en leefsituatie van het kind
Zolang het kind in de vrouwenopvang verblijft, is dat zijn woon- en leefsituatie. De medewerkers van de vrouwenopvang zijn zich hiervan bewust en werken samen met de ouders aan een leef- en opvoedklimaat waarin kinderen zich veilig en prettig voelen en waar ruimte is voor hun gevoelens en wensen.

6. Betrekken van hulpbronnen uit het netwerk
Van elk kind wordt het netwerk (de niet professionele hulpbronnen) in kaart gebracht. Waar mogelijk worden personen geactiveerd om een ondersteunende rol voor het kind/het gezin te vervullen. Waar noodzakelijk worden meer professionele hulpbronnen betrokken ter waarborging van veiligheid en/of ontwikkeling van het kind binnen dit gezin.

7. Actieplan en begeleiding
Na de eerste periode stellen het kind en de ouder(s) samen met de kinderhulpverlener een actieplan voor het kind op. In dit actieplan zijn de gewenste doelen uitgewerkt in acties. Het plan is toekomstgericht en vormt de leidraad voor de begeleiding van het kind. Er is aandacht voor de verwerking van wat het kind meegemaakt heeft, het versterken van het gevoel van veiligheid, het (zelf)vertrouwen en eigenwaarde en vooral het opdoen van positieve ervaringen.

8. Ondersteuning van ouders
Aandacht voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind betekent aandacht voor en ondersteuning van de ouders. Zij hebben de verantwoordelijkheid voor een veilige situatie voor het kind. Daarom is ondersteuning van de ouders een expliciet onderdeel van Veerkracht, naast het stilstaan bij hun taak en verantwoordelijkheid als opvoeder. De ondersteuning is gericht op veiligheid, ouderschap en opvoeding en het helpen van het kind bij de verwerking van zijn ervaringen.

De kernactiviteiten geven weer wat essentie?le elementen van Veerkracht zijn, waar altijd aan gewerkt moet worden. De kinderhulpverlener kan daarbij naar keuze gebruikmaken van verschillende hulpmiddelen die in Veerkracht te vinden zijn.

Specifiek voor Veerkracht gelden de volgende werkprincipes:

  • Veiligheid staat voorop. Het cruciale werkprincipe van Veerkracht. De veiligheid en bescherming van moeder en kind, gekoppeld waar mogelijk aan het systeem, vormen de eerste prioriteit in de Vrouwenopvang. Daarbij gaat het niet alleen om fysieke veiligheid, maar ook om emotionele veiligheid.
  • Ontwikkeling staat centraal. Kijken en denken vanuit de ontwikkeling van het kind biedt de mogelijkheid om na te gaan wat het kind nodig heeft, wat de positieve factoren zijn en in welke mate het kind in zijn ontwikkeling wordt bedreigd.
  • Respecteer en ondersteun de ouders. De moeder is tijdens het verblijf de belangrijkste persoon voor de kinderen. Daarnaast zoeken medewerkers van de vrouwenopvang, mits de veiligheid dat toelaat, contact met de vader van het kind en betrekken hem bij de begeleiding van het kind. De rol van de medewerkers is ondersteunend en aanvullend. Zij bekritiseren of bevoogden ouders niet, maar richten zich op hun ouderschap.
  • Toon begrip voor elk gezinslid. Medewerkers hebben aandacht voor ieders kant van het verhaal. Zij erkennen en benutten het perspectief van de verschillende betrokkenen en nadrukkelijk het perspectief van het kind zelf. Zij hebben respect voor gevoelens van loyaliteit bij het kind naar beide ouders.
  • Werk samen met de persoon, niet met het probleem. Medewerkers gaan een werkrelatie aan met de leden van een gezin, zonder problemen of tekortkomingen op enigerlei wijze te vergoelijken.
  • Werk samen met de ouders, ook wanneer de veiligheid in het geding is. Ook als een vorm van sturing nodig is in verband met de veiligheid van het kind, streven medewerkers naar samenwerking en partnerschap met ouders. Medewerkers erkennen dat sturing en samenwerking naast elkaar kunnen bestaan.
  • Zoek de positieve factoren en krachten. Elk gezin heeft sterke kanten en beschermende factoren, hoe groot de problemen ook zijn. Daarnaast zijn er altijd hulpbronnen te vinden in het netwerk. Medewerkers sluiten aan bij de krachten van het systeem en mobiliseren hulpbronnen.
  • Formuleer doelen in de taal van het kind en het gezin. Medewerkers sluiten aan bij de wensen, de doelen en het niveau van het kind en zijn systeem. Ze richten zich op kleine, haalbare doelen en vieren de successen. De doelen hebben betrekking op de veiligheid en ontwikkeling van het kind en worden zoveel mogelijk in de taal van het kind en de ouder geformuleerd.
  • Oordeel niet. Medewerkers verwarren feiten niet met meningen. Ze onthouden zich van een oordeel en erkennen dat anderen de feiten anders kunnen waarnemen en/of interpreteren.
    Cliëntenbrochure: Er is voor de kinderen een eigen cliëntenbrochure ontwikkeld.

*We gebruiken de term ‘kinderhulpverlener’ om de medewerker aan te duiden die de begeleiding van kinderen volgens Veerkracht uitvoert. Elke instelling heeft wel zo’n medewerker in dienst maar de benamingen van die functie lopen nogal uiteen.

NU GEHOLPEN WORDEN

TOEGANG NEOS

Bij ons contactpunt kun je terecht om te praten over je situatie en om een oplossing te vinden. Neem gerust contact met ons op. We luisteren graag naar je.

Neem contact op